Gemeentelijk dierenwelzijnsplan.
De aandacht voor dierenrechten en dierenwelzijn groeit in onze samenleving en is ook op de politieke agenda een volwaardig thema geworden.
Ook in Willebroek koos het beleid er voor om "Dierenwelzijn" als een volwaardige bevoegdheid te beschouwen en de nodige middelen te voorzien om een diervriendelijk beleid te voeren.
De gemeente Willebroek streeft er naar dierenrechten en dierenwelzijn op de voorgrond te plaatsen. Daarbij worden dieren gezien als wezens die onze bescherming verdienen en die er niet enkel zijn om in onze voedselbehoeften te voorzien.
Samen met een 34-tal andere gemeenten heeft Willebroek ervoor gekozen een schepen aan te duiden voor dierenwelzijn.
Indien interesse: klik dierenwelzijnplan
Het is verboden dieren te houden die niet behoren tot de soorten of categorieën vermeld op een door de Koning vastgestelde lijst (afwijking voor dierentuinen, dierenartsen,...). De betrokkene dient zelf na te kijken of deze lijst ondertussen werd aangepast.
Ieder persoon die een dier houdt, verzorgt of te verzorgen heeft, moet de nodige maatregelen nemen om het dier een in overeenstemming met zijn aard, zijn fysiologische en ethologische behoeften, zijn gezondheidstoestand en zijn graad van ontwikkeling, aanpassing of domesticatie, aangepaste voeding, verzorging en huisvesting te verschaffen.
Onverminderd de wetgeving op de ongezonde en hinderlijke bedrijven, is voor de uitbating van hondenkwekerijen, kattenkwekerijen, dierenasielen, dierenpensions, handelszaken voor dieren, markten en dierentuinen een erkenning vereist van de minister tot wiens bevoegdheid de landbouw behoort ofwel van de overheden die de Koning aanwijst.
Ieder persoon die een zwervend, verloren of achtergelaten dier opvangt, is verplicht dit binnen de vier dagen toe te vertrouwen aan het gemeentebestuur van de plaats waar hij het dier heeft opgevangen of dat van zijn woonplaats.
Het gemeentebestuur vertrouwt het dier zonder verwijl en naargelang van het geval, toe aan een persoon die het een behoorlijke verzorging verzekert of aan een dierenasiel (of dierentuin). Het gemeentebestuur kan een dierenasiel aanwijzen, waaraan de dieren rechtstreeks kunnen worden toevertrouwd door hen die ze hebben opgevangen.
Het dier, toevertrouwd aan een dierenasiel (of dierentuin), moet ten minste vijftien dagen na de besteding ter beschikking van de eigenaar worden gehouden.
Indien het dier door het gemeentebestuur of door het asiel toevertrouwd of afgestaan wordt aan een persoon, moet deze er zich toe verbinden het ten minste vijfenveertig dagen, te rekenen vanaf het ogenblik dat het aan het gemeentebestuur werd toevertrouwd, ter beschikking te houden van zijn vroegere eigenaar. Na het verstrijken van die termijnen wordt de houder er van rechtswege eigenaar van.
In onze gemeente wordt iedere burger vroeg of laat wel eens geconfronteerd met de problematiek van 'zwerfkatten'.
De problemen ontstaan doordat pasgeboren jongen (bij katten kunnen dat 2 à 3 nesten van 3 à 4 jongen per jaar zijn), waarvoor de eigenaar geen "thuis" vindt, ergens in de vrije natuur worden gedumpt en bijgevolg aan hun lot worden overgelaten. Of ze worden naar een dierenasiel gebracht, die constant met overbevolking te kampen hebben zodat deze 1 op 2 gezonde poezen moeten laten inslapen.
Om de zwerfkattenproblematiek in te dijken, zal een sensibiliserende folder opgemaakt worden door de milieudienst en ter beschikking gesteld worden van de burgers.
Met deze folder is het de bedoeling de bevolking te stimuleren hun eigen katten te laten steriliseren of te castreren, waardoor het aantal zwerfkatten sterk kan verminderen.
Er wordt een systeem van kortingbonnen (premie) ingevoerd voor het steriliseren en castreren van huiskatten.
Hiervoor worden de nodige afspraken gemaakt met een dierenarts en een centrum voor het vangen en terugzetten van de zwerfkatten.
Voor het probleem van de zwerfkatten zelf doet de gemeente een beroep op een centrum dat erkend is en waarmee een overeenkomst wordt afgesloten. Er dient in eerste instantie contact opgenomen te worden met de milieudienst. Ook wanneer private personen zich rechtstreeks melden bij dit centrum, dienen zij de milieudienst te verwittigen.
Wanneer de milieudienst niet aanwezig is (avond) wordt dit genoteerd door de politie.
De strijd tegen zwerfkatten wordt als volgt aangepakt:
Wie een hond houdt, om het even van welk ras, dient een aantal verplichtingen na te leven en de nodige voorzorgen te nemen.
De eigenaar is immers verantwoordelijk voor zijn dier. tevens is de eigenaar aansprakelijk voor de schade die de hond aan derden toebrengt. Een familiale verzekering voor burgerlijke aansprakelijkheid kan nuttig zijn.
Belangrijk is dat iedere hond over voldoende ruimte beschikt in verhouding tot zijn grootte.
Daarnaast dient de eigenaar van het dier ook het gemeentelijk politiereglement na te leven:
" de eigenaars of begeleiders van honden moeten ervoor zorgen dat hun hond(en) met hun uitwerpselen op de openbare wegen, het openbaar domein, de parken, de plantsoenen, de trottoirs, de wandelwegen en de private domeinen niet bevuilen.
Op al deze vermelde plaatsen moeten de eigenaars of begeleiders steeds in het bezit zijn van een zakje voor het verwijderen van de uitwerpselen van hun dier. Uitzondering aan deze verplichting wordt gemaakt voor blinden met een geleidehond.
Het zakje moet een minimum afmeting van 20 cm op 30 cm hebben en moet dichtgeknoopt kunnen worden. Het zakje moet op eerste verzoek van de politie getoond kunnen worden.
De eigenaars of begeleiders van honden zijn verplicht op al deze plaatsen de uitwerpselen van hun hond onmiddellijk te verwijderen met behulp van het daartoe bestemde zakje."

De mogelijk zal onderzocht worden of het politiereglement aangepast kan worden in die zin dat het zakje steeds zichtbaar bevestigd dient te worden aan de leiband. Dit om de naleving van dit artikel makkelijker controleerbaar te maken.
Huisdieren dienen zodanig gehouden dat de door deze dieren voortgebrachte geluiden niet van aard zijn om de rust van de inwoners in het gedrang te brengen.
Om haar burgers hierbij te ondersteunen, voorziet de gemeente op haar grondgebied in sac-o-mats (vuilbakjes voor hondenpoep + verdeler van hondenpoepzakjes) en dispensers (verdelers hondenpoepzakjes) op strategische plaatsen. Daar waar mogelijk (en er voldoende plaats is) wordt bij nieuwe projecten een hondenwei voorzien.
Er bestaat geen lijst van hondenrassen die op zich agressief zijn. Het gedrag van een hond en eventuele agressieve neigingen, hangt in doorslaggevende mate af van de opvoeding van het dier. Er kan beroep worden gedaan op professionele hulp van een dierenarts of van hondenscholen.
Voor achtergelaten honden doet de gemeente een beroep op de dierenbescherming of het centrum waarmee het een overeenkomst heeft afgesloten. Alle meldingen gebeuren rechtstreeks via de politie.
Roofvogels: zie wilde dieren bij particulieren.Vogels die geboren zijn in gevangenschap en die getraind zijn voor vrije vlucht mogen voor lucht- en valkerijdemonstraties worden gebruikt.
De vogels moeten tenminste dagelijks en gedurende een voldoende periode vrij kunnen vliegen, tenzij in de ruitijd of de voortplantingsperiode, in dat geval moeten ze in een verblijf gehouden worden dat beantwoordt aan de normen (Belgisch Staatsblad 12/09/2005 – tabel 1: minimumnormen voor verblijven).
Deze normen dient de betrokkene zelf na te kijken (kunnen ondertussen zijn aangepast).
Voor achtergelaten vogels doet de gemeente eveneens een beroep op de dierenbescherming.
Alle meldingen gebeuren rechtstreeks via de politie.

Artikel 300:
Het is verboden alle soorten duiven, die niet aan prijskampen deelnemen, te laten uitvliegen op de dagen dat er duivenwedstrijden worden ingericht, zolang die wedvluchten niet beëindigd zijn en dit van 1 april tot en met de laatste zondag van september.
Ingeval van overmacht, slecht weer of andere oorzaken waardoor de vluchten niet op de voormelde dagen kunnen doorgaan, geldt dit verbod voor de daarop volgende dag. In dergelijke gevallen zijn de medekampende liefhebbers gehouden dit ruchtbaar te maken.
Alle handelingen of middelen die kunnen aangewend worden om de duiven te laten schrikken of hun aandacht af te leiden en die daardoor de duivenliefhebbers schade kunnen toebrengen, zijn verboden.
Onder handelingen en middelen dient verstaan te worden:
- het voortbrengen van ieder storend geluid onder gelijk welke vorm, op gelijk welke manier of met gelijk welk voorwerp;
- het zwaaien met vlaggen of doeken;
- het ophangen van gelegenheidsvlaggen of doeken aan draden, daken of staken in de nabijheid van duivenhokken;
Worden niet aanzien als gelegenheidsvlaggen: de officiële vlaggen die uithangen ter gelegenheid van wettelijke of gemeentelijke feestdagen aan openbare gebouwen of aan voorgevels van de huizen der inwoners.
Het is verboden met vergif behandelde granen uit te strooien op daken, in de tuin of op het veld en in het algemeen elke daad die de dieren kan schaden.
Om de overpopulatie te bestrijden, dient een sensibiliseringsproject te worden opgestart die de bevolking ervan moet overtuigen om de voederactiviteiten te verminderen.
Pas dan zal het aantal duiven verminderen (regulatie van het voedselaanbod).
Er wordt tevens onderzocht waar kan gewerkt worden met een duiventil. Het doel is via het politiereglement het voederen enkel nog toe te laten op vooraf vastgelegde plaatsen in een duiventil. Per wijk kunnen burgers het 'peterschap' over dergelijke duiventillen bekomen. Op deze manier behouden de voederplaatsen hun sociale rol, maar kunnen we gelijktijdig de populatie van de duiven controleren.
Op (historische) gebouwen kunnen diervriendelijke afweermethodes worden gebruikt: grofmazige netten, zwakstroomdraden, roofvogelvliegers,...
Het "Plan goed duivenbeleid" van GAIA dient als leidraad voor de uitwerking van het dierenwelzijnsplan
Met uitzondering van de door Vlarem I vergunbare dieren, horen wilde en exotische dieren niet thuis bij particulieren.
De gemeente zal er nauwlettend op toezien dat er geen toelating wordt verleend voor het bouwen van hokken voor het houden van dergelijke dieren.
Ook terraria, voor het houden of kweken van reptielen, zullen in geen geval worden aangemoedigd en zullen desnoods worden gecontroleerd (preventief en curatief).
Er zal op toegezien worden dat de regelgeving voor het houden van deze dieren wordt nageleefd.
Niet zelden worden deze dieren, eens volwassen, te groot of kunnen ze ontsnappen met alle gevolgen en gevaar naar bevolking van dien.
Bij het kweken, houden en doden van prooidieren moeten gepaste maatregelen worden genomen om onnodig lijden van deze dieren te vermijden. Levende prooidieren mogen niet als voedsel worden verstrekt.
Het Offerfeest is, naast het Suikerfeest, de belangrijkste feestdag van het islamitische jaar.
Volgens de islamitische voorschriften moet het slachten gebeuren door het doorsnijden van de luchtpijp en de bloedvaten van de hals van het dier. Voor de meeste islamitische gemeenschappen geldt dat dit gebeurt zonder voorafgaande bedwelming.
Het tijdstip van het Offerfeest wordt gebaseerd op de islamitische kalender.
De regels die gelden voor het rituele slachten, met inbegrip van het Offerfeest, zijn gesteund op de godsdienstige voorschriften en op de Europese, federale, Vlaamse en lokale regelgeving.
In het kader van deze rituele slachtingen dient ook de wet op het dierenwelzijn, en in het bijzonder het dierenvervoer en de slachthandeling, te worden nageleefd.
Het slachten mag enkel uitgevoerd worden door slachters die erkend zijn door de religie, belast met de organisatie.
De gemeente zal er ook streng op toezien dat er geen rituele thuisslachtingen plaatsvinden. Dit is ten strengste verboden, bij overtredingen zal er dan ook onmiddellijk worden opgetreden. Bij overtredingen kan u zich wenden tot de poliie.
Aangezien te Willebroek geen tijdelijke slachtvloer meer aanwezig is, is elke slachting op ons grondgebied een overtreding.
Daarnaast zal er door de gemeente ook toezicht worden gehouden op het thuisslachten door burgers in ieder ander kader.
De gemeente zal ook actief het alternatief voor het ritueel slachten promoten (in de praktijk worden de contactgegevens van tijdelijke slachtvloeren in de omliggende gemeenten tijdens de inschrijving aan de betrokkene(n) meegedeeld).
Het offer maakt immers geen deel uit van de 5 pijlers van de islam en wordt meer beschouwd als een traditie dan als een verplichting uit de Koran.
Alternatieven voor het offeren zijn het schenken of een offergave.
Mensen kunnen een persoonlijke gift doen of een gift doen aan een organisatie die hulp verschaft om geofferd vlees in te blikken te laten uitdelen aan gezinnen die zelf geen schaap kunnen slachten.
Ons bestuur ijvert voor de oprichting van een Provinciale slachtvloer.
Particulieren die een dier willen slachten moeten daarvoor een slachtbewijs hebben (met uitzondering van konijnen, gevogelte en klein wild). Kleine dieren (konijnen, kippen, ...) mag u thuis slachten. Grotere dieren mag u enkel slachten in een slachthuis. Volgende regels gelden voor de aangifte van particuliere slachtingen en thuisslachtingen:
Ook al kan vuurwerk mooi zijn om naar te kijken, toch houdt niet iedereen hiervan.
Ondermeer honden en paarden verafschuwen vuurwerk en worden al van bij de eerste knallen opgeschrikt.
Het gebruik van vuurwerk en de zogenaamde vreugdeschoten, vooral gebuikt bij een huwelijk, wordt niet aangemoedigd en in tijd beperkt.
Voor ontploffend vuurwerk dient er steeds een voorafgaande toestemming te worden aangevraagd aan de Burgemeester. U kan hiervoor terecht op de milieudienst.
Daarnaast zal de gemeente de personen die een toelating bekomen voor het gebruik van vuurwerk ook verplichten hun buren, maar in het bijzonder de landbouwers in hun omgeving, op de hoogte te brengen zodat deze de gepaste maatregelen kunnen nemen voor hun dieren.
Aangezien steeds meer evenementen met feestvuurwerk worden opgeluisterd, zal geval per geval worden bekeken of feestvuurwerk wel kan afgestoken worden.
U vindt hier een aanvraagformulier voor vuurwerk.
Mishandeling of verwaarlozing van dieren kan men melden aan de bevoegde inspectiediensten of aan de politie.
Voor huisdieren, exotische dieren en proefdieren is dat de Dienst inspectie consumptieproducten, dierenwelzijn en CITES van de Federale overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu. Voor nutsdieren en slachtvee is dat het Federaal agentschap voor de veiligheid van de voedselketen (FAVV). In beide gevallen kan men ook de lokale politie op de hoogte brengen.
De wet van 14 augustus 1986 betreffende de bescherming en het welzijn der dieren verbiedt ingrepen op gewervelde dieren met de verwijdering of beschadiging van gevoelige lichaamsdelen als gevolg.
Op dit algemene principe bestaan uitzonderingen:
Specifieke ingrepen mogen nog uitgevoerd worden om het dier gemakkelijker of veiliger in te schakelen in de bedrijfsvoering of om de voortplanting van de soort in te perken. Deze ingrepen staan vermeld in de bijlage van het KB van 17 mei 2001 betreffende de toegestane ingrepen bij gewervelde dieren, met het oog op het nutsgebruik van de dieren of op de beperking van de voortplanting van de soort.
De bijlage van het KB van 17 mei 2001 is bijgevoegd zoals deze heden wordt gebruikt – bij aanpassing van deze bijlage dient de betrokkene zelf na te kijken of deze ondertussen werd aangepast.
Een ander belangrijk principe is dat bij pijnlijke ingrepen steeds verdoving moet worden toegepast.
Dit is echter niet nodig:
Wanneer er bij vergelijkbare ingrepen bij de mens geen verdoving wordt uitgevoerd of wanneer de dierenarts oordeelt dat in het desbetreffend geval geen verdoving toegepast kan worden.
Sinds 1 oktober 2001 is het KB van 17 mei 2001 van kracht.
Ingrepen die niet worden vermeld, zijn verboden (staartamputatie bij rammen, blokstaarten bij paarden,...).
Sommige ingrepen moeten op termijn achterwege worden gelaten (het amputeren van de staart bij honden vanaf 01/01/2006).
Zwaluwen vinden steeds minder geschikte broedplaatsen op onze gebouwen. Vaak zijn de gevels en dakgoten niet meer geschikt voor huiszwaluwen. Landbouwstallingen worden afgesloten omwille van bedrijfstechnische en hygiënische redenen. Deze gaven lang een geschikt onderdak voor de boerenzwaluw. Bovendien worden er nog geregeld zwaluwnesten vernietigd. Veel mensen willen immers geen uitwerpselen op hun stoep of raam en vernietigen daarom de nesten.
Aangezien zwaluwen een beschermde soort zijn, is het vernietigen van de nesten verboden. Dit probleem kan simpel worden opgelost met een (mest)plankje onder het nest.
Ook te Willebroek gaat de zwaluwpopulatie sterk achteruit.
Uit het overzichtskaartje blijkt dat de gekende nestplaatsen zich beperken tot de deelgemeenten. Voornamelijk oude boerderijen huisvesten nog zwaluwen. De aantallen beperken zich echter gemiddeld van 1 tot 5 nesten per plaats.
Er zijn enkele uitzonderingen met meer dan 10 nesten.
Wij roepen dan ook iedereen op om, enerzijds de nog aanwezige nesten te melden (hiervoor krijg je subsidies), of nieuwe nestkasten aan te brengen. Ook het regionaal landschap Rivierenland ondersteunt de acties ter bescherming van zwaluwen. U kan via de website van RLR (Regionaal Landschap Rivierenland) contact opnemen.
Zijn er aan uw woning nog nestplaatsen aanwezig, weet dan dat ons bestuur een subsidie uitkeert voor het in stand houden van deze nesten. Bent u een natuurliefhebber? Dan kan u misschien aangepaste zwaluwnestkasten plaatsen.
Ook hiervoor geldt de subsidie:
- 1 tot en met 4 nesten: ..................................€ 25
- 5 tot en met 10 nesten:.................................€ 50
- Meer dan 10 nesten: .....................................€ 75
De subsidie wordt jaarlijks uitgekeerd zolang de nesten in stand worden gehouden.
Hebt u nesten of hebt u interesse in het plaatsen van nestkasten, dan kan u contact opnemen met de milieudienst. Zij helpen u bij het aanvragen van de subsidie of het voorzien van nieuwe nestkasten (03/860.03.56) – bob.dumez@willebroek.be
Wenst u meer informatie over zwaluwen? Dan kan u steeds terecht op de website van natuurpunt.
Gemeentehuis Willebroek - A. Van Landeghemstraat 99 - 2830 Willebroek - Tel. 03-860.03.11 - gratis nummer 0800-92830 - Fax 03-886.16.32 - E-mail info@willebroek.be
OCMW Willebroek - Tisseltsesteenweg 27A - 2830 Willebroek - Tel. 03-860.34.22 - Fax 03-886.79.94 - E-mail info@ocmw.willebroek.be