Dieren in Willebroek

Dieren in Willebroek

dierenwelzijnsplan

De aandacht voor dierenrechten en dierenwelzijn groeit in onze samenleving en is ook op de politieke agenda een volwaardig thema geworden.

Het is dan ook goed dat het beleid in Willebroek ervoor gekozen heeft “Dierenwelzijn” als een volwaardige bevoegdheid te beschouwen en de nodige middelen voorziet om een diervriendelijk beleid te voeren.

 

De gemeente Willebroek streeft er dan ook naar dierenrechten en dierenwelzijn op de voorgrond te plaatsen, waarbij er gestreefd wordt naar een aanvaarden van dieren als beschermwaardige wezens die er niet enkel zijn om in onze voedselbehoeften te voorzien. Samen met een 34-tal andere gemeenten heeft Willebroek ervoor gekozen een schepen aan te duiden voor dierenwelzijn.

 

Het is niet de intentie van de gemeente Willebroek om een agent aan te stellen die zich enkel bezig houdt met dierenwelzijn.

Wel is het de bedoeling, dat de wijkagenten lokaal een oogje in het zeil houden op het vlak van dierenwelzijn. De wijkagent is tevens het aanspreekpunt voor inwoners over problemen en klachten over dierenwelzijn in de gemeente. Ze kijken toe op de naleving van de wetten en treden op (waar mogelijk preventief maar ook repressief).

Houden van dieren

Het is verboden dieren te houden die niet behoren tot de soorten of categorieën vermeld op een door de Koning vastgestelde lijst (afwijking voor dierentuinen, dierenartsen,…). Bij aanpassing van deze lijsten dient de betrokkene zelf na te kijken of deze lijst ondertussen werd aangepast.

 

Ieder persoon die een dier houdt, verzorgt of te verzorgen heeft, moet de nodige maatregelen nemen om het dier een in overeenstemming met zijn aard, zijn fysiologische en ethologische behoeften, zijn gezondheidstoestand en zijn graad van ontwikkeling, aanpassing of domesticatie, aangepaste voeding, verzorging en huisvesting te verschaffen.

 

Onverminderd de wetgeving op de ingedeelde inrichtingen is voor de uitbating van hondenkwekerijen, kattenkwekerijen, dierenasielen, dierenpensions, handelszaken voor dieren, markten en dierentuinen een erkenning vereist van de minister tot wiens bevoegdheid Dierenwelzijn behoort ofwel van de overheden die de Koning aanwijst.

 

Ieder persoon die een zwervend, verloren of achtergelaten dier opvangt, is verplicht dit binnen de vier dagen te melden aan het gemeentebestuur van de plaats waar hij het dier heeft opgevangen of dat van zijn woonplaats.

 

Het gemeentebestuur vertrouwt het dier zonder verwijl en naargelang van het geval, toe aan een persoon die het een behoorlijke verzorging verzekert, aan een dierenasiel (of dierentuin). Het gemeentebestuur kan een dierenasiel aanwijzen. Waaraan de dieren rechtstreeks kunnen worden toevertrouwd door hen die ze hebben opgevangen.

Het dier toevertrouwd aan een dierenasiel (of dierentuin) moet ten minste vijftien dagen na de besteding ter beschikking van de eigenaar worden gehouden.

Indien het dier door het gemeentebestuur of door het asiel toevertrouwd of afgestaan wordt aan een persoon, moet deze er zich toe verbinden het ten minste vijfenveertig dagen, te rekenen vanaf het ogenblik dat het aan het gemeentebestuur werd toevertrouwd, ter beschikking houden van zijn vroegere eigenaar. Na het verstrijken van die termijnen wordt de houder er van rechtswege eigenaar van.

Zwerfkatten

Zwerfkatten

In onze gemeente wordt iedere burger vroeg of laat wel eens geconfronteerd met de problematiek van ‘zwerfkatten’.

De problemen ontstaan doordat pasgeboren jongen (bij katten kunnen dat 2 à 3 nesten van 3 à 4 jongen per jaar zijn), waarvoor de eigenaar geen “thuis” vindt, ergens in de vrije natuur worden gedumpt en bijgevolg aan hun lot worden overgelaten. Of ze worden naar een dierenasiel gebracht, die constant met overbevolking te kampen hebben zodat deze 1 op 3 gezonde poezen moeten laten inslapen.

 

Om de zwerfkattenproblematiek in te dijken werd vanaf 1 september 2014 volgende maatregel ingevoerd: wie een kat wil verkopen of weggeven dient ervoor te zorgen dat het dier is gesteriliseerd, geïdentificeerd en geregistreerd.

 

De milieudienst verspreid informatie met als doel de bevolking in kennis te brengen met de zwerfkattenproblematiek alsook de bevolking te stimuleren deze problematiek niet in de hand te werken. Er wordt vanuit de milieudienst opgeroepen om huiskatten te laten steriliseren of castreren.

 

Voor het probleem zwerfkatten doet de gemeente een beroep op een erkende organisatie waarmee een overeenkomst is afgesloten. Een melding in verband met zwerfkatten dient te gebeuren bij de milieudienst. De milieudienst geeft de melding vervolgens door.

 

De procedure tegen zwerfkatten gaat als volgt:

  • Vangen, steriliseren of castreren en opnieuw uitzetten op de plaats waar ze gevangen werden.
  • De inwoners zullen worden aangemoedigd om hun eigen katten onvruchtbaar te laten maken.
    Zwerfkatten zijn nakomelingen van huiskatten.
  • Indien er een huiskat gevangen wordt, zal dit dier onmiddellijk terug vrijgelaten worden.

Hondenbeleid

Wie een hond houdt, om het even van welk ras, dient een aantal verplichtingen na te leven en de nodige voorzorgen te nemen. De eigenaar is verantwoordelijk en aansprakelijk voor de schade van zijn dier aan derden. Een familiale verzekering voor burgerlijke aansprakelijkheid kan nuttig zijn.

Iedere hond dient over voldoende ruimte te beschikken in verhouding tot zijn grootte. Daarnaast dient de eigenaar van het dier het gemeentelijk politiereglement na te leven:

 

Afdeling 3 hondenpoep

Hondenpoep


Artikel 11. De begeleiders van honden, met uitzondering van blinden en mindervaliden met geleidehond, zijn verplicht:

  • de hond gebruik te laten maken van de aanwezige hondentoiletten;
  • te beletten dat hun hond de openbare ruimte bevuilt;
  • behoudens in de hondentoiletten, de uitwerpselen van hun hond onmiddellijk te verwijderen.

Zowel het zijn of haar hond zich van zijn uitwerpselen laten ontdoen in de openbare ruimte zonder dit onmiddellijk op te ruimen, als het niet in het bezit zijn van een geschikt zakje voor het verwijderen van de uitwerpselen kan worden bestraft.De begeleiders, met uitzondering van blinden en mindervaliden met geleidehond, moeten steeds in het bezit zijn van een zakje voor het verwijderen van de uitwerpselen van hun dier. Het zakje moet ertoe geschikt zijn en gesloten kunnen worden. Het zakje dient op het eerste verzoek te worden getoond aan de politie of een beëdigde aangestelde van de stad.

De bepalingen van dit artikel ontslaan de aangelanden niet van hun verplichting inzake het onderhouden en proper houden van de voetpaden en bermen.

 

Afdeling 5 Dieren

Artikel 92. In deze afdeling wordt onder agressieve, kwaadaardige of gevaarlijke dieren verstaan:

  • Elk dier dat wanneer hij vrij zou rondlopen, zonder enige provocatie of op een duidelijke en onmiskenbare dreigende wijze naar iemand toeloopt
  • Elk dier dat iemand aanvalt, bijt of verwondt zonder provocatie

Artikel 93. Het is verboden in de openbare ruimte:

  • Zijn hond op te winden om aan te vallen of agressief te worden, of hem voorbijgangers te laten of doen aanvallen of achtervolgen, ook al brengt dat geen enkel kwaad of geen enkele schade teweeg
  • Agressieve, kwaadaardige of gevaarlijke dieren of dieren die personen of andere dieren kunnen bijten, of zieke dieren bij zich hebben, als ze geen muilband dragen, deze bepaling is ook van toepassing in voor publiek toegankelijke plaatsen
  • Dieren bij zich te hebben waarvan het aantal of het gedrag de openbare veiligheid in het gedrang zou kunnen brengen
  • Dieren te laten of achter te laten in een geparkeerd voertuig als dat een gevaar of ongemak kan opleveren voor personen of voor de dieren zelf, deze bepaling is ook van toepassing in openbare parkings
  • Eender welk dier en in het bijzonder agressieve, woeste, kwaadaardige of gevaarlijke dieren te laten rondzwerven
    Hondenpoep

Artikel 94. Behoudens vergunning is het africhten van een dier in de openbare ruimte verboden. Deze bepaling is niet van toepassing op de africhting van dieren door de politiediensten.


Artikel 95. De dieren moeten met alle gepaste middelen vastgehouden worden, en minstens met een korte leiband, op iedere plaats van de openbare ruimte en in galerijen en passages op voor het publiek toegankelijk privégebied. Het dragen van een muilkorf is verplicht voor agressieve, kwaadaardige of gevaarlijke dieren.

Het is verboden dieren te laten begeleiden door personen die het dier niet onder controle kunnen houden.


Artikel 96. De eigenaars van dieren of de personen die al is het maar occasioneel op de dieren letten, dienen erover te waken dat deze dieren:

  • Personen of andere dieren op geen enkele manier storen, intimideren of lastig vallen
  • De aanplantingen of andere voorwerpen in de openbare ruimte niet beschadigen
  • Private eigendommen niet betreden.

Artikel 97. Het is verboden zonder daartoe gerechtigd te zijn op andermans grond te komen, erover te gaan of honden erover te doen lopen, indien des grond is gereedgemaakt of bezaaid, of ten tijde dat die grond is bezet met graan op de halm, met druiven of andere voortbrengsels, die rijp of bijna rijp zijn.


Artikel 98. Het is verboden in de openbare ruimte voertuigen en andere goederen te doen bewaken door agressieve dieren, ook al zijn deze vastgebonden of in het voertuig geplaatst.


Artikel 99. Het is verboden een dier binnen te brengen in de voor het publiek toegankelijke etablissementen waartoe dat dier geen toegang heeft, hetzij op basis van een intern reglement dat aan des ingang uithangt, hetzij door borden of pictogrammen die dat duidelijk maken met uitzondering voor honden die speciaal opgeleid zijn om blinden of andere mensen met een handicap te geleiden, dit alles onverminderd de wettelijke en reglementaire bepalingen betreffende de hygiëne van de lokalen en de personen in de voedingssector.

 

Er bestaat geen lijst van hondenrassen die op zich agressief zijn. Het gedrag van een hond en eventuele agressieve neigingen, hangt in doorslaggevende mate af van de opvoeding van het dier. Er kan beroep worden gedaan op professionele hulp van een dierenarts of van hondenscholen.

 

Voor achtergelaten honden doet de gemeente een beroep op de dierenbescherming of het centrum waarmee het een overeenkomst heeft afgesloten. Al deze meldingen gebeuren rechtstreeks via de politie. 

Vogels

Inheemse vogels: zie wilde dieren bij particulieren.

Exotische vogels: zie wilde dieren bij particulieren.

Roofvogels: zie wilde dieren bij particulieren.

Roofvogels

 

Vogels die geboren zijn in gevangenschap en die getraind zijn voor vrije vlucht mogen voor lucht- en valkerijdemonstraties gebruikt worden.

De vogels moeten tenminste dagelijks en gedurende een voldoende periode vrij kunnen vliegen, tenzij in de ruitijd of de voortplantingsperiode, in dat geval moeten ze in een verblijf gehouden worden dat beantwoordt aan de normen (Belgisch Staatsblad 12/09/2005 – tabel 1: minimumnormen voor verblijven). In bijlage zijn de normen bijgevoegd zoals dit heden wordt gebruikt – bij aanpassing van deze normen dient de betrokkene zelf na te kijken of deze ondertussen werden aangepast.

 

Voor achtergelaten vogels doet de gemeente eveneens een beroep op de dierenbescherming. Al deze meldingen gebeuren rechtstreeks via de politie.

 

CREATOR: gd-jpeg v1.0 (using IJG JPEG v62), default quality

Duiven

Om de overpopulatie van duiven te bestrijden dient de bevolking gesensibiliseerd te worden om de voederactiviteiten te verminderen. Pas dan  zal de duivenpopulatie verminderen (regulatie van het voedselaanbod).

Op (historische) gebouwen kunnen diervriendelijke afweermethodes worden gebruikt: grofmazige netten, zwakstroomdraden, roofvogelvliegers.

 

Politiereglement

Afdeling 4: dieren

Onderafdeling 2: strijd tegen schadelijke dieren 

Artikel 49. Uitgezonderd met een door de burgemeester afgeleverde toelating is het verboden in de openbare ruimte en op openbare plaatsen zoals openbare parken en openbare tuinen eender welke materie voor de voeding van zwervende dieren (bv katten, duiven) achter te laten, te deponeren of te werpen, met uitzondering van voedsel voor vogels bij vriesweer.



Duiven


De eigenaars, beheerders, huurders of gebruikers van gebouwen zijn verplicht maatregelen te treffen om nesten van verwilderde duiven en katten te verhinderen,
alsook bevuilde gebouwen te doen schoonmaken en ontsmetten.

 

 

Voederen van zwervende dieren

Voederen van dieren

 

brood.png

Foto genomen in de Stationsstraat                    

                                                                                        

Het voederen van dieren op de openbare weg is sluikstorten!

Duiven, meeuwen, katten een andere dieren komen gretig af op achtergelaten voedsel. Het achterlaten van de voedingsmiddelen behoort echter tot sluikstorten. 

Wanneer deze toch worden gevoederd, kunnen onder andere ook ratten en muizen op het voer afkomen.

De uitwerpselen van de vogels bevuilen het openbaar domein alsook vensterbanken en auto’s. Wanneer deze dieren niet gevoerd worden, daalt het aantal dieren op een diervriendelijke manier. Wanneer het voedsel schaarser is, neemt de voortplantingsdrang af. Dit resulteert in minder overlast door meeuwen en duiven. Eveneens zal de rattenproblematiek verminderen, aangezien er geen restanten worden achtergelaten door andere dieren.

 

Omwille van bovenstaande redenen wordt iedereen opgeroepen hinder te voorkomen door de zwervende dieren niet te voederen. Voederen is geen diervriendelijk gedrag, integendeel, je bevuilt de openbare weg, dieren eten beschimmeld of rottend voedsel met alle gevolgen van dien.

Er zal meer toezicht zijn om deze praktijken te bestraffen en bijgevolg de aanwezige hinder te beperken.

Alvast bedankt voor uw bijdrage voor een proper en leefbare omgeving.

 

 

 

duif.jpg

 

Artikels uit het politiereglement

 

Titel 2, Hoofdstuk 2, Afdeling 4, Onderafdeling 2

Artikel 49.

Uitgezonderd de door de burgemeester afgeleverde toelatingen is het verboden in de openbare ruimte en op openbare plaatsen zoals openbare parken en openbare tuinen eender welke materie voor de voeding van zwervende dieren (bijv. katten, duiven) achter te laten, te deponeren of te werpen, met uitzondering van voedsel voor vogels bij vriesweer.


De eigenaars, beheerders, huurders of gebruikers van gebouwen zijn verplicht maatregelen te treffen om het nesten van verwilderde duiven en katten te verhinderen, alsook bevuilde gebouwen te doen schoonmaken en ontsmetten.


Wilde dieren bij particulieren

Met uitzondering van de door Vlarem I vergunbare dieren horen wilde, exotische dieren niet thuis bij particulieren.

De gemeente zal er nauwlettend op toezien dat er geen toelating wordt verleend voor het bouwen van hokken voor het houden van dergelijke dieren.

 

Ook terraria, voor het houden of kweken van reptielen zullen in geen geval worden aangemoedigd en zullen desnoods worden gecontroleerd (preventief en curatief).
Er zal op toegezien worden dat de regelgeving voor het houden van deze dieren wordt nageleefd.

 

Niet zelden worden deze dieren, eens volwassen, te groot of kunnen ze ontsnappen met alle gevolgen en gevaar van dien voor de bevolking.

 

Bij het kweken, houden en doden van prooidieren moeten gepaste maatregelen genomen worden om onnodig lijden van deze dieren te vermijden. Levende prooidieren mogen niet als voedsel verstrekt worden.

Circussen

De gemeente Willebroek geeft de voorkeur aan circussen die hun bezoekers meeslepen in de magie van het circus zonder hierbij gebruik te maken van wilde dieren.

Circussen zonder wilde dieren zijn op zijn minst even goed.

 

De gemeente Willebroek is van het principe dat wilde dieren thuishoren in hun natuurlijke habitat en niet in een kooi.

De gemeente verbindt zich er dan ook toe enkel circussen toe te laten op haar grondgebied die erkend zijn door de Vlaamse Gemeenschap en die geen gebruik maken van wilde dieren. Collegebeslissing van 16 september 2003 waarin besloten werd geen circussen of rondreizende tentoonstellingen toe te laten met wilde dieren.

Daarnaast zal de gemeente er ook op toezien dat het kB van 2 september 2005 gewijzigd in het KB van 26 april 2007 betreffende het welzijn van dieren gebruikt in circussen en rondreizende tentoonstellingen nageleefd wordt.

Deze wet voorziet onder meer in minimumnormen voor het houden van gedomesticeerde dieren.

 

Sinds maart 2014 is er een wettelijk verbod op circussen met wilde dieren van kracht. Om ervoor te zorgen dat de normen voor de wettelijke nog toegelaten dieren, nageleefd worden, worden op voorhand de nodige documenten en attesten opgevraagd. Wanneer de nodige documenten of attesten niet volledig of correct blijken te zijn wordt het circus niet toegelaten. 

Dierenmarkten

De verkoop van honden en katten op markten is bij wet verboden.


De jaarmarkt, een veeprijskamp, … waarbij zogenoemde boerderijdieren worden tentoongesteld, vormt geen probleem.

Uiteraard zal ter gelegenheid van dergelijke evenementen worden toegezien dat de dieren op een waardige manier worden getransporteerd.

Daarnaast zal er ook streng toegezien worden op de behandeling van deze dieren vóór, tijdens en na de tentoonstelling of wedstrijd.

Slachtingen

Rituele Slachtingen

Afdeling 4. Dieren

Onderafdeling 1 slachten van dieren

Slachtingen


Voor zover het vlees uitsluitend bestemd is om te voorzien in de behoeften van de eigenaar en zijn gezin, is het slachten van gevogelte, klein gekweekt wild of konijnen, elders dan in een slachthuis toegelaten.Artikel 47

Het is verboden schapen, geiten, varkens of groot wild te slachten, tenzij met schriftelijke en voorafgaandelijke toelating van de burgemeester.

 

Rituele slachtingen thuis zijn te allen tijde verboden.

 

Het offerfeest is naast het suikerfeest, de belangrijkste feestdag van het islamitische jaar.

Volgens de islamitische voorschriften moet het slachten gebeuren door het doorsnijden van de luchtpijp en de bloedvaten van de hals van het dier. Voor de meeste islamitische gemeenschappen geldt dat dit gebeurd zonder voorafgaandelijke bedwelming. Door een beslissing van minister voor dierenwelzijn Ben Weyts is het wettelijk verboden dieren onverdoofd te slachten in tijdelijke inrichtingen. Dit kan enkel nog in een permanent slachthuis. Het tijdstip van het offerfeest wordt bepaald door de islamitische kalender.

Met ingang van 2015 wordt de Europese verordening 1099/2009 inzake de bescherming van dieren bij het doden, volledig toegepast. Dit betekent dat, in tegenstelling tot voorgaande jaren, slachtingen zonder voorafgaande verdoving enkel in een erkend slachthuis kunnen doorgaan.”4. Indien dieren worden geslacht volgens, speciale methoden die vereist zijn voor religieuze riten, zijn de voorschriften van lid 1 niet van toepassing mits het slachten plaatsvindt in een slachthuis.”(art.4 van verordening 1099/2009)

Dit betekent dat de rituele slachtingen voor het offerfeest zowel in een erkend slachthuis als op een tijdelijk erkende slachtplaats kan doorgaan. Het is wettelijk verboden dieren onverdoofd te slachten in tijdelijke inrichtingen. Dat kan enkel nog in een erkend, permanent slachthuis.

 

De regels die gelden voor het rituele slachten, met inbegrip van het offerfeest, zijn gesteund op de godsdienstige voorschriften en op de Europese, federale, Vlaamse en lokale regelgeving.

 

In het kader van deze rituele slachtingen dient ook de wet op het dierenwelzijn en in het bijzonder het dierenvervoer en de slachthandeling nageleefd te worden.

 

Slachtingen volgens een religieuze ritus mogen in geen geval buiten een erkend slachthuis of tijdelijk erkende slachtplaats plaatsvinden. Rituele thuisslachtingen zijn verboden.

 

Het transport van de dieren:

-       naar een tijdelijke slachtplaats: Het vervoer kan gebeuren door middel van een auto indien het welzijn van het dier kan gegarandeerd worden.

-       Naar een erkend slachthuis: Dit dient te gebeuren in een vervoermiddel dat grondig gereinigd en ontsmet kan worden. Schapen of geiten mogen niet in een volledig afgesloten koffer van een personenwagen of met samengebonden poten vervoerd worden.

Andere (thuis)slachtingen:

Particulieren die een dier willen slachten moeten daarvoor een slachtbewijs hebben (met uitzondering van konijnen, gevogelte en klein wild).

 

Particuliere slachtingen zijn slachtingen van een dier waarvan het vlees bestemd is voor de uitsluitende behoeften van de eigenaar en van zijn gezin. Het is verboden om het vlees (ook niet een deel ervan) van particuliere slachtingen in het handelscircuit te brengen of aan derden af te staan. Dit is immers uitsluitend bestemd voor de behoeften van de eigenaar en zijn gezin.

 

Vanaf 1 december 2004 gelden volgende regels voor de aangifte van particuliere slachtingen en thuisslachtingen:

 

Het slachten van als landbouwhuisdier gehouden hoefdieren, mag in regel alleen gebeuren in een erkend slachthuis. Welke dieren er mogen geslacht worden, blijkt uit de erkenning die door de minister aan het slachthuis werd verstrekt. Op de regel dat dieren in een slachthuis geslacht moeten worden, gelden specifieke uitzonderingen waarbij alle of een deel van de slachtverrichtingen op een andere plaats mogelijk zijn:

De slachting door een particulier te zijnen huize van varkens, schapen en geiten.

 

Het kelen en uitbloeden van als landbouw gehouden hoefdieren bij een noodslachting.

Voor varkens, schapen en geiten heeft de particulier dus de keuze om de dieren in een slachthuis of bij hem thuis te (laten) slachten. Runderen en evenhoevigen moeten echter altijd, dus ook in geval van particuliere slachting, in een slachthuis worden geslacht.

 

In geval van particuliere thuisslachting geldt dat de slachtaangifte minstens twee werkdagen op voorhand door de eigenaar zelf bij het onthaal van de gemeente moet worden gedaan. Eenmalig dient een registratienummer aangevraagd te worden. Dit registratienummer dient bij gehouden te worden voor volgende slachtingen. De particulier ontvangt een aangiftebewijs dat hij zelf dient te bewaren tot het eind van het jaar volgend op de slachting.

 

Om als aangever van een particuliere slachting te kunnen optreden, moet men zich voorafgaand eenmalig laten registreren in de gemeente of de zetel van de provinciale controle-eenheid van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen.

 

Het is verboden om vlees van particuliere slachtingen in het handelscircuit te brengen.

Pelsdierhouderijen

De gemeente Willebroek zal geen vergunningen meer afleveren voor nieuwe pelsdierkwekerijen.

Veehouderijen

De gemeente zal er op toezien dat inrichtingen zoals veehouderijen, boerderijen en paardenfokkerijen en eigenaars van landbouwhuisdieren aan de strenge hygiënische normen en veterinaire keuringen die hun via de wet worden opgelegd voldoen. 

 

’s Zomers zullen de eigenaars van dergelijke inrichtingen ervoor zorgen dat dieren die zich op een weide bevinden, voldoende eten, drinken en schaduw hebben.

 

In de winter dienen de eigenaars voor hun dieren, die zich buiten bevinden, te zorgen voor beschutting tegen neerslag en wind.

De kou mag normaal gezien geen probleem vormen voor deze dieren.

 

Om aan bovenstaande vereisten te voldoen is het noodzakelijk om een schuilhok te voorzien indien het dier zich langer dan 24 uur buiten bevind.

 

Uiteraard moeten zij ook in de winterperiode over voldoende eten en drinken beschikken.

 

Onderafdeling 3 houden van landbouwhuisdieren

Artikel 51

 

Onverminderd de regelgeving op de gevaarlijke, ongezonde en hinderlijke bedrijven, is het verboden landbouwhuisdieren langer dan 24 uur te houden:

a)     In gebouwen, tuinen en op koeren die palen aan een ander, voor bewoning dienend gebouw

Indien daarvoor niet kan beschikt worden over een open ruimte van ten minste 100 m2 per dier

b)     Onder landbouwhuisdieren worden verstaan: paarden, ezels, muilezels, muildieren, runderen, schapen, geiten en varkens.

c)     Het is tevens verboden vee en pluimvee te houden in delen van gebouwen die voor bewoning dienen.

Vuurwerk: hinder voor dieren

Ook al kan vuurwerk mooi zijn om naar te kijken, toch houdt niet iedereen hiervan.

Vuurwerk en dieren

Ondermeer honden en paarden verafschuwen vuurwerk en worden al bij de eerste knallen opgeschrikt. Het gebruik van vuurwerk neemt toe maar de zogenaamde vreugdeschoten, vooral gebruik bij een huwelijk, worden niet aangemoedigd en in tijd beperkt.

 

Voor ontploffend vuurwerk dient er steeds een voorafgaandelijke toestemming te worden aangevraagd aan de burgemeester. Dit geld niet op de nacht van 31 december vanaf 23h30 tot 1 januari 1h van het daaropvolgende jaar. Voor ontploffend vuurwerk dient er steeds een voorafgaandelijke toestemming te worden aangevraagd aan de burgemeester. Daarnaast worden personen die een toelating bekomen voor het gebruik van vuurwerk ook verplicht

 hun buren, maar in het bijzonder de landbouwers in hun omgeving op de hoogte te brengen zodat deze de gepaste maatregelen kunnen nemen voor hun dieren.

Voor de grotere evenementen (eindejaar, braderijen, jaarmarkt, enz) zullen landbouwers steeds gewaarschuwd worden voor zover dit mogelijk blijkt. Particulieren met huisdieren en paarden kunnen worden bereikt via een sensibiliseringscampagne (website en een gemeentelijke aanplakking). Als basis wordt de tekst van GAIA gebruikt “Veel dieren zijn bang voor vuurwerk”, deze wordt aangepast naar gelang de situatie.

 

Hoofdstuk 2, Afdeling 5 Vuurwerk, feest- en kanongeschut

Artikel 165. Het is verboden vuurwerk af te steken of voetzoekers, thunderflashes, knal- en rookbussen te laten ontploffen. De burgemeester kan, na adviesinwinning van de brandweer en de politie, afwijkingen toestaan. Het afsteken van feestvuurwerk is toegestaan zonder toelating van de burgemeester op Nieuwjaarsnacht van 31 december om 23.30u tot 1 januari om 01.00u van het daaropvolgende jaar. Onder feestvuurwerk dient te worden verstaan: vuurwerk dat bestemd is voor gebruik door particulieren en in België vrij mag verkocht worden aan personen vanaf 16 jaar. Feestvuurwerk mag enkel worden gebruikt voor zijn normaal gebruik, volgens de gebruiksaanwijzing en op plaatsen en in omstandigheden die niet van aard zijn om de openbare veiligheid aan te tasten. Bij het afsteken van vuurwerk moet de hinder voor de buurt beperkt blijven.


Artikel 166. Het is verboden zonder de voorafgaande en schriftelijke toelating van de burgemeester, feestgeschut af te vuren en kanonschoten te lossen bij gelijk welke gelegenheid voor gelijk welk doel.


Artikel 167. Vuurwerk dat gebruikt wordt of kennelijk bedoeld is om gebruikt te worden in strijd met bovenvermelde bepalingen, wordt in beslag genomen.

 

Dierenmishandeling

Mishandeling of verwaarlozing van dieren kan men melden aan de bevoegde inspectiediensten of aan de politie.

http://www.lne.be/themas/dierenwelzijn/meld-een-verwaarloosd-of-mishandeld-dier 

  • In Vlaanderen is er een dienst dierenwelzijn met inspecteurs om klachten te behandelen:

Telefoon: 1700, email: dierenwelzijn@Vlaanderen.be fo via het contactformulier.

http://lv.vlaanderen.be/dierenwelzijn/sstart.php

  • Men kan ook de lokale politie op de hoogte brengen.

Het vervoer van dieren dient te voldoen aan de vereisten zoals deze door de huidige wetgeving en door het FAVV worden voorzien.

Dieren op kermissen

De gemeente gaat uit van het principe dat dieren niet thuis horen op kermissen. De dieren moeten gedurend rondjes lopen met joelende kinderen op hun rug, waarbij ze dan ook nog eens gefotografeerd worden door hun al even enthousiaste ouders. Dit is frustrerend voor deze dieren, ethisch onverantwoord en ook een aanslag op de integriteit van deze dieren.

De gemeente zal in de toekomst dan ook niet langer de toestemming geven aan eigenaars van pony kraampjes om deel te nemen aan kermissen op het grondgebied van de gemeente. Hierbij zal er een uitdoofbeleid gevoerd worden daar er opzegtermijnen gerespecteerd moeten worden. Zolang het uitdoofbeleid niet voltooid is wordt de nodige aandacht besteed naar de huisvesting van de dieren.

 

Het uitdoofbeleid gaat nog een tijd aanslepen, de kermisuitbater die momenteel een pony-kraam/molen uitbaat op de kermis heeft een abonnement. Hierdoor kan zijn standplaats niet opgegeven worden. Enkel wanneer de kermisuitbater zijn activiteiten stopzet en geen overnemer heeft voor zijn attractie met bijhorende standplaatsen kan het kermisplan (/kermisreglement) gewijzigd worden.

 

Kermisattracties met paarden of pony’s moeten eveneens voldoen aan de voorwaarden van het KB van 1 maart 2013 betreffende het welzijn van paarden en pony’s op kermissen.

Zwaluwen - bescherming nestgelegenheden

Het gaat niet goed met onze zwaluwen

ZwaluwZwaluwen vinden steeds minder geschikte broedplaatsen op onze gebouwen. Vaak zijn de gevels en dakgoten niet meer geschikt voor huiszwaluwen. Landbouwstallingen worden afgesloten omwille van bedrijfstechnische en hygiënische redenen. Deze gaven lang een geschikt onderdak voor de boerenzwaluw. Bovendien worden er nog geregeld zwaluwnesten vernietigd. Veel mensen willen immers geen uitwerpselen op hun stoep of raam en vernietigen daarom de nesten.

Aangezien zwaluwen een beschermde soort zijn, is het vernietigen van de nesten verboden. Dit probleem kan simpel worden opgelost met een (mest)plankje onder het nest.

 

Zwaluwen te Willebroek

Zwaluwnesten te Willebroek - overzichtOok te Willebroek gaat de zwaluwpopulatie sterk achteruit.

Uit het overzichtskaartje blijkt dat de gekende nestplaatsen zich beperken tot de deelgemeenten. Voornamelijk oude boerderijen huisvesten nog zwaluwen. De aantallen beperken zich echter gemiddeld van 1 tot 5 nesten per plaats.

Er zijn enkele uitzonderingen met meer dan 10 nesten.

 

Wij roepen dan ook iedereen op om, enerzijds de nog aanwezige nesten te melden (hiervoor krijg je subsidies), of nieuwe nestkasten aan te brengen. Ook het regionaal landschap Rivierenland ondersteunt de acties ter bescherming van zwaluwen. U kan via de website van RLR (Regionaal Landschap Rivierenland) contact opnemen.

 

 

 

 

Wenst u meer informatie over zwaluwen? Dan kan u steeds terecht op de website van natuurpunt.

 

Voor het beschermen van zwaluwnesten kan u ook een subsidie bekomen: aanvraagformulier  -  Reglement

Bestrijding van kraaiachtigen en spreeuw

Bestrijding van kraaiachtigen en spreeuw

Bestrijding van zwarte kraai, ekster, kauw, gaai of spreeuw

Sinds 1 september 2009 is het Besluit van de Vlaamse Regering tot soortenbescherming en soortenbeheer (het soortenbesluit) van kracht. Dit besluit vervangt het KB van 9 september 1981 betreffende de bescherming van vogels in het Vlaamse Gewest. In het kader van dit besluit kan bestrijding toegepast worden voor zwarte kraai, ekster, kauw, gaai of spreeuw d.m.v. melding en volgens de bepaling in bijlage 3 van dit besluit. Het uitvoeren van bestrijdingsmiddelen ten aanzien van populaties van deze soorten mag, gelet hun zeer omvangrijke populaties, worden verwacht geen negatief effect te hebben op deze populaties.

 

Wanneer kan je bestrijden?

Zwarte kraai, kauw en ekster bij belangrijke schade aan professionele gewassen. Gaai en spreeuw alleen ter voorkoming van belangrijke schade aan professionele fruitteelt. Zwarte kraai en ekster ook ter bescherming van fauna in bossen, akkers en weilanden.

De bestrijding van deze volgels is enkel geoorloofd wanneer andere middelen om het probleem op te lossen gefaald hebben.

Met andere woorden, bestrijding is de enige manier om belangrijke schade te voorkomen. Enkele voorbeelden van acties die kunnen genomen worden: plaatsen vogelverschrikkers, overspannen met netten (bvb. aardbeien), het plaatsen van stokken met linten, het verjagen van de vogels,...

 

Tijdstip?

Bestrijding mag enkel tussen het officiële uur van zonsopgang en het officiële uur van zonsondergang. Bestrijding kan het ganse jaar ter voorkoming van schade aan professioneel geteelde gewassen en ter bescherming van fauna. Het gebruik van trechtervallen is beperkt in de tijd: in bossen vanaf 16 februari tot 10 juli en op akkers en weilanden vanaf 16 februari tot 15 oktober.

 

Wie kan bestrijden?

De eigenaar, huurder of exploitant of grondgebruiker van het terrein. Mits schriftelijke toestemming van voornoemden kan bestrijding door jachtrechthouders, bijzondere veldwachters en houders van een geldig jachtverlof. Het opnemen van een clausule in de schriftelijke jachtpachtovereenkomst wordt als geldig beschouwd.

 

Hoe moet je bestrijding melden?

De bestrijding moet schriftelijk worden gemeld aan de Burgemeester(s) van de gemeente(n) waar de bestrijding zal plaatsvinden en aan de Provinciale dienst van het Agentschap voor Natuuur en Bos (ANB), dit moet gebeuren aan de hand van een modelformulier. Dit kan hier hier downloaden:

modelformulier melden bestrijding

 

Je dient bij de melding ook een kaart op schaal 1:10.000 te voegen met preciese aanduiding van de locatie waar de bestrijding zal plaatsvinden.  Wildbeheerseenheden en individuele jagers die een geldig jachtplan hebben ingediend worden vrijgesteld van deze verplichting als zij bestrijden met het vuurwapen, roofvogels en/of Larssen-kooien.  De locaties van de trechtervallen moeten steeds worden aangeduid op een kaart.

 

Hoe moet je het aantal gedode dieren rapporteren?

Na een bestrijdingsactiviteit of na afloop van de uitvoering van een bestrijdingskalender moet de bestrijder het aantal dieren dat werd gedood rapporteren aan de Provinciale dienst van het Agentschap Natuur en Bos (ANB). Dit moet gebeuren aan de hand van een modelformulier:

modelformulier rapportering verdelging

 

Wat moet er gebeuren met de kadavers?

De kadavers moeten worden opgeruimd conform de regelgeving voor de verwerking van dierlijk afval.

Meer info hierover kan u terugvinden op de website van de OVAM.

 

Andere vogelsoorten en locaties?

Kokmeeuw, zilvermeeuw, spreeuw en zwarte kraai kunnen worden bstreden voor de veiligheid van het luchtverkeer binnen de grenzen van een aantal in het Soortenbesluit vermelde militaire en openbare vliegvelden . Ook voor andere locaties zijn er uitzonderingen mogelijk.

 

Wetgevende tekst

Besluit van de vlaamse Regering met betrekking tot soortenbescherming en soortenbeheer.

 

Soortenbesluit

 

 

 

 

 

 

 

Vogelgriep

De huidige regelgeving en te nemen maatregelen dienen genomen te worden. Deze kunnen nagekeken worden bij het Federaal agentschap voor de veiligheid van de voedselketen.

Wedstrijden met dieren

Wedstrijden met dieren (behalve honden, paarden en duiven) zijn verboden.

 

Al wie wedstrijden met dieren (honden, paarden of duiven) organiseert, moet hiervoor de voorafgaandelijke toelating krijgen van de burgemeester van de gemeente waar deze wedstrijden doorgaan.

 

Daartoe legt de organisator het gemeentebestuur voor:

  • het programma van de wedstrijden.
  • het reglement van de wedstrijden en van de dopingcontrole.
  • de beschrijving van het parcours.
  • de naam van de aangenomen dierenarts belast met het veterinair toezicht.
  • de wedstrijdkalender indien wedstrijden doorheen het jaar worden ingericht.

 

De burgemeester verleent zijn toestemming, al dan niet na het advies van de plaatselijke inspecteur dierenarts te hebben ingewonnen.

doorsturen

Organisatie Willebroek - Pastorijstraat 1  - 2830 Willebroek - Tel. 03 866 90 00 - gratis nummer 0800 92830 - Fax 03 886 16 32 - E-mail info@willebroek.be

Contact webmaster