Het Museum


Het Sashuis gelegen langs de oude arm van de Vaart van Willebroek, belicht de ontstaansgeschiedenis van het kanaal en de daarmee verbonden geschiedenis van (Klein) Willebroek.
Het oorspronkelijke Sashuis werd in 1573, samen met de aanleg van het Sas, gebouwd.
Door de tumultueuze periode (tijd van de Spaanse overheersing) werd de sasmeesterswoning herhaaldelijk beschadigd en uiteindelijk vernield.  In 1608 werd een nieuw (en huidig) Sashuis gebouwd.  Deze datum werd met smeedijzeren cijfers in de gevel aangebracht.
Na de sluiting van het Sas van Klein-Willebroek in 1980 verloor het Sashuis, en dit na 5 eeuwen, zijn oorspronkelijke functie.
Na een grondige restauratie werd het Sashuis in 1987 officieel als gemeentelijk museum geopend.
 

Een beknopte geschiedenis


 

Het idee om een rechtstreekse waterweg te graven tussen Brussel en de Rupel ontstond reeds in 1ste helft 15de eeuw.
Reeds in 1436 verleent Filips de Goede toestemming om de werken aan het kanaal uit te voeren.
Door protest van de stad Mechelen werden de plannen echter gedurende ruime tijd opgeborgen.   De stad Mechelen had immers als enige tolrecht op de schepen die via Zenne naar Brussel voeren.
Het is pas in 1531 dat Keizer Karel voor een ommekeer zorgt en de toestemming van Filips de Goede voor het graven van een kanaal, hernieuwt.
Uiteindelijk duurt het nog tot 1550 vooraleer de nieuwe landvoogdes Maria Van Hongarije, de toestemming geeft om de werken te starten.
Op 16 juni 1550 geeft Jean van Locquenghien, burgemeester van Brussel, de eerste spadesteek.
In 1561, na elf jaar wordt het kanaal met een indrukwekkend feest geopend. 
 

De zestiende eeuw was ook in onze contreien een woelige periode. 
Het is de periode van de Spaanse  overheersing, Alva is bewindvoerder.
In 1576  wordt Klein-Willebroek op zijn bevel versterkt met een vesting : de schans.  
Op de schans en rond het Sashuis werd volop slag geleverd.
Bij het graven van een nieuw sas in de 19de/20ste eeuw werden Spaanse helmen, harnassen en wapens teruggevonden.
 

Op het traject van het kanaal moest een hoogte overbrugd worden van 14 meter  (bijna 5 verdiepingen).  Dit gebeurde door het bouwen van een aantal sluizen.
Een eerste sas bevond zich ter hoogte van Tisselt.  Door het geweld van het binnenstromende water van de Rupel  werd het sas echter weggespoeld.
Een tweede sas, het Sas van Willebroek (ter hoogte van de huidige brug) bleek eveneens niet voldoende.  Opnieuw braken de dijken van het kanaal, ter hoogte van de huidige spoorwegbrug. Hierbij ontstond de huidige kraagput.
In 1572 gaf Locquenghien (de burgemeester van Brussel) de toelating om een nieuw sas te bouwen, ter hoogte van Klein-Willebroek.
Vanaf dan begint de geschiedenis van dit stukje Willebroek.
 

De aanwezigheid van het sas maakte van Klein-Willebroek een bedrijvig schippersdorp. 
Het gehucht kende begin 20ste eeuw een brouwerij, zoutziederijen, houtzagerijen, mastenmakerijen, bootmakers, zeilmakers, lierenmakerijen, ankersmederijen, een schrijnwerkerij, een kuiperij en scheepswerven.  Verder waren er een tal van herbergen, een kruidenier, een schoenmaker en kleermaker.
Het schippersleven was er georganiseerd in 2 schippersverenigingen.
De schipperskinderen konden school lopen in de schippersschool (één van de 6 scholen in het land)
 

Klein-Willebroek is van schippersdorp uitgegroeid tot één van de toeristische troeven van Willebroek.    Het dorpse karakter, het museum Sashuis en de expo-ruimte De Kapel, het bruggeske aan de oude arm van het kanaal, de jachthaven en jazzclub ’t Veerhuis brengen velen naar dit cultureel pareltje van onze gemeente.